Historiek van club NR°209

HISTORIEK VAN CLUB NR 209


OPRICHTING

Het is op 1 september 1950 te Anderlecht dat onze schaakkring werd opgericht onder de naam “Cercle des Echecs d’Anderlecht ». De oprichtingsakte werd ondertekend door o.m. François DERIDDER (eerste voorzitter) en Raymond EVENEPOEL  (uitgever van het maandelijkse clubblad). Erevoorzitter was Joseph BRACOPS, de toenmalige burgemeester van Anderlecht. Clublokaal was de eerste verdieping van het café-restaurant “In de stad Brugge” op het Dapperheidsplein te Anderlecht.

KLEIN WORDT GROOT

In 1957 wordt de jonge schaakclub “Echigan” uit Ganshoren opgeslorpt. Aldus wordt een voldoende aantal leden bereikt om deel te nemen aan de nationale interclubs. Deze deelname vergt evenwel een ruimer lokaal …, dat gevonden wordt dicht bij het Brusselse Zuidstation aan de Luchtvaartsquare in het café “Monico Midi”.

Na het plotse overlijden van François Deridder, neemt Georges BEATSE het roer over.

Onder zijn impuls groeit de kring tot + 80 leden en wordt een ruime waaier aan activiteiten ontwikkeld:

–          fusie in 1958 met schaakkring “Ruy Lopez” uit St-Gillis;

–          organisatie in 1960/62 van de “Edmond Lancel” (= schaakjournalist) -wisselbeker;

–          organisatie in 1960 in onze eigen lokalen van het individueel kampioenschap van de KBSB (Koninklijke Belgische Schaakbond). Een nieuw lid vertegenwoordigt onze club: José TONOLI. Deze laatste eindigt 4e en bekomt de schoonheidsprijs door zijn dame te offeren in de opening.

DE AANTREKKINGSKRACHT VAN HET CENTRUM

Begin 1963 verhuizen wij naar  “Le Wellington” en vervolgens naar “Le Falstaff”, beide cafés zijn gevestigd naast de beurs. Families doen hun intrede in de kring: José en Hilda TONOLI , Remy en Irène STEENWERCKX, Jean-Louis (penningmeester) en Régine GODEFROIT, enz.

De echtgenotes steken de handen uit de mouwen  en maken het schaken minder “saai”. Van beide lokalen is het ongetwijfeld de “Falstaff” die onze aandacht weerhoudt:

–          de wedstrijd voor de wereldtitel tussen Fischer en Spassky in 1974 heeft een zodanige weerklank dat iedereen zich verplicht voelt te schaken. Het aantal leden klimt van 70 tot meer dan 140. Helaas … velen van deze “kandidaat-kampioenen” zien hun illusies in rook opgaan en slechts + 10% van de nieuwe leden worden op een duurzame wijze door de schaakmicrobe gebeten;

–          op maandag vergaderen de “meesters”; zij analyseren luidop hun stellingen. Stukken vliegen in het rond en offers zijn er schering en inslag. Zij staan er elke week: IGM O’Kelly de Galway et de nationale meesters Devos, Lemaire, Willaert, Van Seters, Thibaut, enz.;

–          op vrijdag vinden tornooien plaats; het eerste meestertornooi wordt ingericht met de deelname van 5 uitgenodigde meesters en één speler uit eigen kring. J. Tonoli  eindigt eerste met 5 uit 6 ;

–          voor de eerste keer telt onze kring een meester als lid: Dr Paul LIMBOS, verscheidene keren Belgisch kampioen. Hij zal ons trouw blijven tot aan zijn dood in 1987;

–          in deze periode neemt onze kring ook geregeld deel aan ééndagstornooien, zowat overal in het land. Aldus worden wij in het ganse land bekend;

–          gedurende deze gouden jaren had Georges Beatse het voorzitterschap overgedragen aan Jacques TAMINE. Jacques verwezenlijkingen vergden driemaal minder tijd, zoals Kasparov. Sympathiek, maar ondoorgrondelijk: Jacques staat het voorzitterschap opnieuw af aan zijn voorganger;

–          onder druk van de “families” begint onze club schaakreizen in te richten naar Duitsland, Frankrijk, Nederland en het Groot-Hertogdom Luxemburg en we organiseeren ook jaarlijkse feesten, waar gastronomie en dansen het schaken vervangen. Régine Godefroit wordt voorzitster van het “Feestcomite”. Wij worden ook in het buitenland bekend.

DONKERE TIJDEN

Beatse was, helaas, niet meer de leider van voorheen. En vermits een ongeluk nooit alléén komt, worden we ook van binnen uit bedreigd door een ware “virus”, dat weldra als een kankergezwel uitzaait.

Teneinde in dezelfde ploeg te kunnen spelen tijdens de nationale interclubs, richtten enkele van onze leden hun eigen schaakkring op onder de naam “MAT”. Zij gebruiken ons materieel, ons lokaal et kapen elk jaar enkele leden weg. Jacques Tamine en Georges Beatse tonen  zich nu eens inschikkelijk en geduldig, dan weer woedend. Niets kan de overlopers in onze gelederen terugbrengen.

Bovendien heeft de Falstaff een nieuwe eigenaar. Deze onderneemt grote werken teneinde meer klanten aan te trekken, vooral klanten die meer consumeren en minder plaats innemen dan schakers. Eens buitengewipt, dienen we in 1976 noodgedwongen een tijdje samen te hokken met een andere club in de “Greenwich”, Kartuizerstraat.

PUTSCH

Met een deprimerende voorzitter, zonder eigen lokaal en minder en minder leden, achterstallige lidgelden en een schuld van 20.000 BF, lijkt de kring ten dode opgeschreven. Maar een groep trouwe leden vormde een comité van 15 personen. Een bijeenkomst werd voorzien met als dagorde:

–          vervanging van de voorzitter door Serge VAN DAM;

–          zoektocht naar een nieuw lokaal.

Het resultaat was verrassend. In plaats van de aangezochte voorzitter te benoemen waren 14 leden discreet overeengekomen de teugels in handen van José Tonoli te geven. José, die zopas het nationale kampioenschap heeft gewonnen, beseft maar al te goed dat dit voor hem het einde van zijn persoonlijke ambities betekent. Hij aanvaardt niettemin deze opdracht voor een maximumduur van drie jaar teneinde de trein opnieuw aan het rollen te brengen.

HEERSCHAP YANATONOLI

Mede dankzij Charly GHENZER hadden we een nieuw lokaal gevonden: café Windsor te St-Gillis op de hoek van de steenweg op Charleroi en de steenweg op Waterloo;

–          om de financiële toestand te saneren werd aan de twintig resterende leden gevraagd hun lidgeld een jaar op voorhand te betalen;

–          tegelijk werd een levenslang lidmaatschap ingevoerd voor 5.000 BF. De reactie was overweldigend. Een zekere Tom FURSTENBERG nam het risico onmiddellijk bovenvermeld bedrag te betalen. Zodoende was het tekort in de kas  verdwenen en kon het levenslang lidmaatschap worden afgeschaft;

–          Tom had evenwel een bijkomende eis gesteld: penningmeester worden. Later werd tevergeefs getracht deze eeuwige belofte af te kopen. Nooit betreurde men deze keuze, integendeel: ernstig, Hollander, jood, intelligent, zakenman, ondernemend, veel relaties en vrijgevig; een droom van een penningmeester;

–          zonder bestuur, werden dan besprekingen aangeknoopt met een bevriende club om een nieuwe fusie aan te gaan. Na drie maanden was men rond, maar op het ogenblik van de ondertekening van het akkoord, weigerde een afgevaardigde van deze club de nieuwe overeengekomen naam (BRAND = BR voor Brussel en AND voor Anderlecht) goed te keuren met de woorden “men onderhandelt niet met een stervende”.

GEVOLGEN

  1. Geen fusie meer;
  2. José is bereid zijn taak verder te zetten;
  3. één jaar later tuimelt de weerspannige club in tweede afdeling van de nationale interclubs en wordt onze stervende kring kampioen in eerste afdeling !

Inmiddels is de “MAT” uitgegroeid tot een volwaardige club. Gedurende drie maanden blijven die overlopers afzijdig, maar geleidelijk komen ze “als vriend” terug.

Weldra komen we ons dipje te boven, maar de nadelen van een café om jongeren aan te trekken blijven. Een jongen van formaat had zopas onze rangen vervoegd: Luc WINANTS, die vrij snel sterker wordt dan zijn vader Dr Henri Winants.

Na vele stappen slaagt José er uiteindelijk in een duurzame oplossing te vinden:

–          een prachtig lokaal in het Nederlanstalige culturele centrum, Fortstraat te St-Gillis

–          subsidies van de NCC (Nederlandse Commissie voor Cultuur);

–          in ruil aanvaarden alle Franstalige spelers ingeschreven te worden bij de VSF (Vlaamse Schaakfederatie) en wordt onze naam “Schaakkring Anderlecht”. De verhouding tussen franstaligen en nederlandstaligen was ongeveer 60-40.

Dit was het begin van een uitzonderlijke bloei.

BESSEL KOK

Het meertalige karakter van onze club, de titel van landskampioen en onze internationale faam, alsook de lovende woorden van Marcel Roofthoofd, laten ons toe Bessel KOK, chief executive officer van SWIFT, te overtuigen het schaken in het algemeen en onze kring in het bijzonder te promoten door grootse tornooien in te richten in ons land.

Bessel hielp ons bij de aanwerving van drie Nederlandse topspelers: Jan Timman, Gert Ligterink, John Van der Wiel, enz. De inspanningen van Tom Furstenberg, bijgestaan door de relaties van Walter Tonoli, lieten toe andere buitenlandse sterspelers aan te trekken: IM Barsov, GM David Bronstein en zelfs Anatoly Karpov (jawel, …. de ware). Zo konden wij 9 maal de Belgische titel winnen in 1976/77, 1977/78, 1982/83, 1984/85, 1986/87, 1978/88, 1988/89, 1990/91 en 1992/93.

DE ECHTGENOTES

Hilda Tonoli nam de leiding over van de bar, bijgestaan door Irène Steenwerckx, Frieda, Jacqueline en de nieuwkomers: Chantal en Julien CAMPEERT. De Godefroits verhuizen en Chantal neemt het werk over van Régine als voorzitster van het feestcomité. Andere “vrienden” steken eveneens een handje toe.

EUROPABEKER

Als nationaal kampioen mochten wij herhaaldelijk ons land vertegenwoordigen. Overwinningen te Boedapest, Belgrado, enz. lieten ons toe Moskou te ontmoeten in de halve-finales.

ANDERE KRACHTTOEREN

Onze club slaagde erin een tweede ploeg in eerste afdeling te loodsen en deze ploeg behaalde nogwel de titel.

Op individueel vlak heeft onze club tevens verscheidene kampioenen geleverd:

–          bij de volwassenen: Dr Paul Limbos (1961 en 1963), Dr Henri Winants (1975), José Tonoli (1975),  Richard Meulders (1978, 1981, 1983, 1985, 1988, 1989 en 1991), Michel Jadoul (1984, 1986, 1990 en 1992) en Luc Winants (1986) ;

–          bij de jeugd : Walter Tonoli (1976), Peter Tonoli (1976), Joël Schols (1980 –  gedeelde eerste plaats op de Belgische open kampioenschappen te St-Niklaas), Danielo Canda (1980), Luc Winants (1982), Tjacco Vander Meer (1983), Pieter (1988) en Jeroen Claessens (1994),

–          bij de dames : Simonne Peeters (1975 en 1978).

HUGO VAN GOMPEL

Kolonel Hugo Van Gompel, hoofd van het Brusselse brandweerkorps, werd vice-voorzitter. Met zijn buitengewoon dynamisme was hij niet alleen in zijn toespraken uitstekend, maar ook bij de organisatie van ééndagstornooien en Europabekers.

DE GETROUWEN

Enkele leden hebben gedurende al deze jaren het reilen en zeilen van de club meegemaakt: Richard DONY, Paul CLEMENT (onafgebroken lid sedert 1957), Hilda Tonoli & Chantal Campeert en hun chtgenoten José & Julien (ten dienste van deze dames).

FUSIE IN 1992

Dicht bij ons was er de Chess Club, meesterlijk geleid door Janou HERRY. Maar eens dat zij haar “one woman show” beu was, stelde zij een fusie voor die neerkwam op een opslorping. Onze club werd omgedoopt tot “Chess Club Anderlecht”.

HET VERVAL

De oorzaken zijn talrijk:

–          Bessel Kok had SWIFT verlaten en wij vielen zonder sponsor;

–          wij leefden boven onze stand;

–          het lokaal was prachtig, maar gelegen in een weinig aantrekkelijke wijk; verscheidene leden werden er aangevallen, bestolen; autobanden werden kapot gesneden, enz.;

–          in eerste afdeling waren verscheidene clubs beter gesponsord;

–          hoewel wij onze broeksriem aanhaalden, verloren wij onze plaats in eerste afdeling van de interclubs;

–          in 1991 gaf José na meer dan 15 jaar de scepter te hebben gezwaaid zijn ontslag als voorzitter; drie voorzitters volgden hem op in amper 5 jaar: Paul MARCUS, Patrick VAN HOOLANDT en Marcel ROELANDT.

NIEUWE FUSIE

In april 1996 fuseerde Chess Club Anderlecht met Roque anderlechtois. Onze naam wordt niet gewijzigd, maar wij hevelen ons lokaal opnieuw naar Anderlecht over. Ondanks onze rijkdom aan materieel, ploegen enz. verliep de integratie niet zonder problemen. Verschillende voorzitters volgden elkaar op: Eddy KESTELOOT, David DEMEESTER, André HOOBERGS, JANOU, MANFRED en JOACHIM. Door een misverstand loopt een beloftevolle kandidatuur (Tom Furstenberg) mis. Uiteindelijk keert de rust terug met Denis ACHEN. Deze laatste slaagt erin de gemoedelijk sfeer te herstellen, die de club sedert vele jaren kwijt was.

DE INTERCLUBS 2005-2006

Hoewel beide kringen hun zelfstandigheid behouden, laten Caissa Woluwe en Chess Club Anderlecht een proefbalonnetje op: de interclubs tesamen spelen onder de naam Caïssa Anderlecht. Behalve wat het lokaal betreft, zijn de spelers uiterst tevreden en spelen uitstekend. De gemengde ploegen worden voorbeeldig geleid door Régis LANOYE en Olivier BAETEN.

EEN DAME AAN HET ROER

Jongste bericht : op onze AV 2006 werd Mieke TONOLI-BAECKE tot voorzitster verkozen. Een nieuwe wind in de zeilen ?

J. TONOLI

Met dank aan P. Clément, J. Campeert, R. Lanoye en E. Dubois voor hun medewerking.